Zoeken in deze blog

maandag 15 april 2013

Art in the garden made by nature and Nero













BRAAKSEL IN DE AARDE (afgekort in het Frans tot LES VOMISSEMENTS)

Opgedragen aan LOUIS-PAUL BOON (1912-1979)


Uit de gevorkte takken van een boom groeit spontaan de holte van wat gelijkt op een vagina, die zich dan zomaar voortplant in de brakke aarde via gegraven greppels
door weer en wind en tijd, konijn Nero en wellicht mijzelf, al is dat laatste niet geheel zeker.
Wij leven in haar verlengde als zwervende steensprokkels of als houtgestotter,
als vergeten keutels maar niet door deze aarde. Zij is de ontvankelijkheid zelve!
Samen zijn wij, samen vormen wij de vruchtbaarheidsbeginselen van een nieuwe republiek.

Uit stront en drek zal pas ECHTE GELIJKHEID ontstaan en uitzwermen als wilde klimop of winterse aardbeiplanten. Sommigen zullen dit bestempelen als een nieuwe sprinkhanenplaag. So be it!
Ze kruipen zomaar rond en ondermijnen de strak onderhouden peloezen van het goedgemeende zijn of de schijn daarvan. Als de grond spreekt, davert het in alle paleizen en tempels, in de cementfabriek van het parlement, in de kramieken hersenpan van «ik mediteer me vrij».

De wereldbol, de aardkloot qu’on appelle LA TERRE (what is in hidden in a name, dear Fruit) ligt nu weggeschopt als dwaze voetbal in mijn kleine werkmanstuin.
Ik vind Hem niet meer?! Mijn zien wordt even opgeschrikt door vluchtende stadsduiven en door de klassenhaat van katten op jacht naar de ratten van de hemel.
Heeft men Hem gestolen? Wie is er als dief tussen nachtijzel en dauwgesnot binnengedrongen in mijn beperkt en afgesloten paradijs? In de door mij tot Vergeten Straat verklaarde vrijheidshaven, als eerbetoon aan Boontje.

Onnodig tormenterende vraag:

Voetbal aarde ligt verscholen achter de open kattenbak in de tuin.
Wie heeft Hem daar naartoe geduwd, getrapt, geschopt?
Kat 1. Kat 2. Konijn 3, Ik in een zatte bui, Schepper X die ik verdoem tot de nutteloosheid van het niet bestaan, de Communards van Brussel tussen notenschelpen, appelschilfers en tandrozijn?

De wind blaast door mijn oren. De wind is ongenadig, dat is een god die blaast dat IE niet bestaat! Er is slechts wind, zie je of zie je niet? Ruik je het gras? Proef je het stuifmeel? Hoor je het ademen van de boom? Ze zeggen allemaal hetzelfde: er is geen god, enkel wij zijn er, so please respect us, please! Geloof geen goden die verklaren dat de mens heerser is over de natuur. Geloof geen goden, tout court!

In een plastieken container verdrinkt de aangeslagen soldaat van god tussen prei en rozenblaadjes in een bain marie van zoetzure saus (Menu 34 bij de buurtchinees om de hoek).
Hijzelf met zijn nu definitief nutteloze mitrailleur is van gesmolten plastiek.
Ter ere van god en vaderland, voor kapitaal en papensaus, voor waardeloze staatsbons en een totaal gebrek aan goede smaak.
Ik dep mijn vinger, ja, ik!, in de loopgraaf van zijn verminkt geheugen, proef even alsof ik mezelf wil overtuigen van wat ik reeds wist, dat de dood aanwezig is tussen de bloedende rozenstruiken.
Het empirisme blijft een klevende mantel die ik maar moeilijk van mij af kan schudden.
Ik braak de zoetheid uit, met emmers!
Ik kan haast niet stoppen.
Zo zal mijn leven eindigen, als braaksel in de veelheid der geslachten van de aarde
en in …..


(c) Guido Vermeulen,
April 2013




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen